Bentheimer Eisenbahn (BE), voorheen Bentheimer Kreisbahn (BK), 1895 - heden

Gewijzigd: f:17-02-2017

Inhoud:

Links:

Stations: Geschiedenis: Overige:

Gegevens

Oprichting: 1895
Spoorwijdte: 1435 mm
Opheffing: n.v.t.
Top

Algemeen

In 1922 raakt de Bentheimer Kreisbahn in de problemen. Sinds 1914 is geen huur meer aan de NOLS betaald voor het gebruik van de accommodatie in Coevorden. De schuld is inmiddels opgelopen tot een bedrag van ruim NLG 30.000,--. Het grensstation Laarwald is te klein en heeft te weinig personeel voor een vlotte afhandeling van de treinen van en naar Coevorden. Door een sterke waardedaling van de Duitse Mark ten opzichte van de Nederlandse gulden is de uitvoer naar Nederland sterk gegroeid. De Bentheimer Kreisbahn verzuimt om een deel van dit vervoer over Coevorden aan te trekken. Het meeste vervoer gaat via andere grensovergangen in Twente en de Achterhoek.

In 1923 geeft de NOLS, de gemeente Coevorden en het ministerie van Waterstaat financiële steun aan de Bentheimer Eisenbahn om de spoorlijn Coevorden - Laarwald open te houden. Een kwijtschelding van rente volgt nogmaals in 1924. De NOLS is bereid om NLG 5.693,35 aan schulden kwijt te schelden. De gemeente Coevorden geeft NLG 2.000,-- aan de noodlijdende spoorwegmaatschappij. Het Ministerie van Waterstaat wordt verzocht NLG 3.897,78 over te boeken. Op 9 november 1923 is er een eerste nadere overeenkomst tot wijziging van de overeenkomst tussen de Bentheimer Eisenbahn en de SS. Het Ministerie van Waterstaat keurt de wijziging goed op 11 januari 1924. Per 1 januari 1924 verandert de naam Bentheimer Kreisbahn in Bentheimer Eisenbahn. Met de zomerdienstregeling van 1928 krijgt de Bentheimer Eisenbahn toestemming om de reizigerstreinen met 50 kilometer per uur te rijden. De reistijd van Coevorden naar Gronau daalt hierdoor naar 3 uur. Ondanks deze versnelling daalt het rendement van het reizigersvervoer. In 1930 neemt de Bentheimer Eisenbahn 8 bussen in dienst, die een deel van het reizigersvervoer in Duitsland gaan uitvoeren.

In juni 1959 begint de Bentheimer Eisenbahn met grote verwachtingen een buslijn Emlichheim - Coevorden. In eerste instantie rijden de bussen 4 retourritten per dag. Reeds na 4 maanden moet de frequentie vanwege geringe belangstelling verlaagd worden naar 2 ritten per dag. In 1966 rijdt de bus nog maar 1 keer in de week. Ook een in 1960 begonnen initiatief met de DVM voor een buslijn Emlichheim - Schoonebeek is geen succes.

De exploitatie van de BE gebeurt in het begin net als bij de NOLS met stoomlocomotieven. De stoomlocomotieven houden het in Duitsland echter langer vol dan in Nederland. Op 31 mei 1969 verzorgt stoomlocomotief BE 22 voor het laatst de tractie van een goederentrein van de Bentheimer Eisenbahn. Vanaf die tijd rijden alle treinen van de BE met diesellocomotieven. Voor rangeerwerkzaamheden heeft de BE een kleine locomotief op het emplacement van Coevorden gestationeerd. Deze zorgt voor de juiste samenstelling van de treinen.

Op het Duitse traject van de BE rijdt op 26 mei 1974 de laatste personentreinen. Vanaf dit moment is er alleen nog maar goederenvervoer per spoor. Op 30 juli 1982 heft de BE het traject Gronau - Bentheim op. Een deel van het tracé wordt vlak daarna opgebroken. De relatief nieuwe spoorstaven worden hergebruikt op het traject Laarwald - Coevorden.

Op 28 oktober 1987 ondertekenen de BE en de NS een 20 jarig verdrag voor een langdurige samenwerking in het goederenvervoer. Op 1 juli 1990 krijgt de BE van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de concessie en het beheer om zelfstandig te mogen rijden tussen Laarwald Grens en Coevorden.

In september 1993 gaat de BE de NAM-olietreinen van Schoonebeek naar Osterwald in Duitsland rijden. Het olievervoer is van korte duur, omdat de NAM in 1996 stopt met het oppompen van olie in Schoonebeek vanwege de hoge kosten.

In 1995 viert de BE haar 100-jarig bestaan. Op 21 mei 1995 vinden diverse feestelijkheden plaats op het emplacement van station Nordhorn.

De BE verhuist in mei 1994 haar Nederlandse kantoor vanuit de goederenloods aan het emplacement van Coevorden naar het fabrieksterrein De Heege. De nieuwe huisvesting bestaat uit semi permanente kantoorcontainers. Met de opening van de Euroterminal II in 2007 krijgt de Bentheimer Eisenbahn een nieuw kantoorgebouw bij de ingang van de terminal.

De BE heeft in 2007 bij de spoorwegautoriteiten een licentie aangevraagd om met eigen treinen in Nederland te rijden. Op dit moment bestaan plannen met eigen locomotieven tussen Coevorden en Rotterdam te gaan rijden. Om toestemming te krijgen is het in ieder geval noodzakelijk dat de voertuigen van de BE, die over het net van ProRail gaan rijden, beschikken over ATB. Als eerste wordt locomotief D20 voorzien van ATB. Als reserve krijgt ook locomotief D24 een ATB installatie. De BE beschikt niet over elektrische locomotieven dus verre weg het grootste deel van het traject zullen de diesellocomotieven onder de draad rijden. De eerste trein moet in begin van 2009 gaan rijden.

[be_alg_003]
Kantoor van de Bentheimer Eisenbahn in de goederenloods aan het emplacement van station Coevorden.
Foto R. van Wissen, 5 mei 1986.

[be_alg_004]
Tijdelijk kantoor van de Euroterminal in Coevorden, langs de losweg achter de gebouwen van Henk Hentzen..
Foto R. van Wissen, 29 mei 2004.

[be_alg_001]
Kantoor van de Euroterminal in Coevorden. Vanuit dit gebouw regelt de BE het transport in Coevorden en omstreken. Het linker logo is van de Bentheimer Eisenbahn.
Foto R. van Wissen, 20 september 2008.
Top

Stoomlocomotieven

Als trekkracht voor de eerste treinen koopt de Bentheimer Kreisbahn bij Hohenzollern 3 locomotieven. De eerste locomotieven krijgen geen nummers maar uitsluitend namen. Met de uitbreiding van het net groeit ook het aantal benodigde locomotieven. In 1911 bezit de Bentheimer Kreisbahn 11 stoomlocomotieven. Stoomlocomotief 12, gebouwd in 1925 door Hanomag, krijgt de naam Coevorden. In 1925 krijgen de dan aanwezige stoomlocomotieven een nummer. In 1940 worden de namen van de locomotieven verwijderd en gebruikt de Bentheimer Eisenbahn uitsluitend nog de nummers. Vrijgekomen nummers worden door de Bentheimer Eisenbahn hergebruikt. Sommige nummers zijn 3 keer op verschillende locomotieven toegepast.
Geen foto beschikbaar
Top

Diesellocomotieven

Diesellocomotief BE D2 (4)

Voor het rangeren van goederenwagens heeft de BE een aantal kleine diesellocomotieven beschikbaar. Een daarvan is nummer D2. Dit is inmiddels de 4e locomotief die het nummer '2' draagt. Het is een 2-assige locomotief. De locomotief is gebouwd door O&K in 1964. De locomotief heeft een opvallend witte band rondom.

[be_d2_001]
Locomotief BE D2 geniet van haar zondagsrust op het emplacement van Laarwald.
Foto R. van Wissen, 30 september 2006.

Diesellocomotief BE D5 (1)

Diesellocomotief BE D5 is een 4-assige 1000 pk sterke locomotief. De locomotief is gebouwd bij MaK met serienummer 10000056 in 1961. De locomotief komt nog 1961 in dienst van de Bentheimer Eisenbahn. In de jaren '70 van de vorige eeuw wordt de locomotief verkocht.

Geen foto beschikbaar

Diesellocomotief BE D5 (2)

Diesellocomotief BE D5 is een kleine locomotief met 3 assen. De locomotief is een type DE 500 gebouwd door Gmeinder met fabrieksnummer 5692. De locomotief heeft een vermogen van 700 pk. De locomotief is gebouwd in 1990. De eerste eigenaar is de Mülheimer Verkehrsgesellschaft (MVG), waar de locomotief dienst doet als nummer 8. Sinds 01 december 2005 maakt de locomotief deel uit van het BE-tractiepark. De letters BE staan opvallend groot op de zijkant van de locomotief geschilderd.

[be_d5_001]
Locomotief BE D5.
Foto XtraX.

Diesellocomotief BE D8

Dieselhydraulische locomotief BE D8 is een 4-assige 1000 pk sterke locomotief. De locomotief is gebouwd bij MaK met serienummer 10000153 in 1962. De locomotief komt in november 1962 in dienst van de Bentheimer Eisenbahn. In de jaren '90 van de vorige eeuw krijgt de locomotief de naam "Nordhorn". In 1999 neemt de BE afscheid van de locomotief.

[be_d8_001]
Locomotief BE D8 in Neuenhaus.
Onbekende fotograaf, 19 juli 1974.

Diesellocomotief Köf II BE D10 (3)

Deze locomotief is de 3e die bij de BE het nummer D10 heeft. De D10 (3) is in 1941 bij Deutz in Duitsland met het fabrieksnummer 46539 gebouwd. De locomotief weegt 17 ton en kan een maximumsnelheid bereiken van 45 k/h. De locomotief is in 1948 bij de DB met nummer Kbf 5057 in dienst gekomen. Ze beeindigt haar dienst bij de DB onder het nummer 323 036. In juli 1979 wordt ze door de BE aangekocht en ze komt na een renovatie in oktober 1979 in dienst. De locomotief is regelmatig in Coevorden voor het rangeren van goederenwagens. Als de locomotief niet nodig is, dan wordt ze naast de goederenloods geparkeerd. De D10 (3) is na het dienstverband bij de BE in de winter van 1995/96 overgegaan naar de museumlijn STAR in Stadskanaal.

[be_002]
Locomotief BE D10 staat met een rangeerdeel op het emplacement van Coevorden. Op de achtergrond is het voormalige hotel Van Wely zichtbaar.
Foto R. van Wissen, 5 mei 1986.

Diesellocomotief Köf II BE D11 (2)

Deze locomotief is in 1944 door Deutz met fabrieknummer 47390 gebouwd. De locomotief heeft asindeling 'B' en een gewicht van 17 ton. Ze heeft een motor van 107 pk, waarmee ze een maximale snelheid van 37 km/h kan bereiken. De locomotief is gebouwd voor de firma Preussag in Osterwald. De locomotief rangeert daar oliewagens bij de olieterminal. In september 1964 wordt de terminal gesloten en is de locomotief werkeloos. In 1965 wordt ze overgenomen door de Bentheimer Eisenbahn en is daarmee de eerste locomotief van het type Köf bij de BE. Bij de BE is ze de 2e locomotief met het nummer D11.

De locomotief heeft een groot deel van haar carriere bij de BE in Coevorden gestaan. Daar wordt ze gebruikt voor het rangeren van goederenwagens op het emplacement. Als ze niet gebruikt wordt staat ze op het spoor langs de goederenloods. In 1980 ondergaat de locomotief een grote revisie waarbij tevens een nieuwe motor wordt ingebouwd. Deze motor heeft een vermogen van 128 pk en kan de locomotief een maximale snelheid geven van 45 km/h. in 1988 gaat de locomotief terzijde omdat ze dermate versleten is dat het goedkoper is om een andere tweedehands locomotief op te knappen.

Geen foto beschikbaar

Diesellocomotief Köf II BE D11 (3)

Deze locomotief is in 1951 door Gmeinder met fabrieknummer 4671 gebouwd. De locomotief heeft asindeling 'B' en een gewicht van 17 ton. Met haar 128 pk sterke motor kan ze een maximumsnelheid behalen van 45 km/h. De locomotief komt als nummer Köf 6122 bij de DB in dienst. In haar DB-tijd heeft de locomotief rondgereden met de nummers 321 156 en 323 939. Op 11 december 1987 verlaat ze de actieve dient bij de DB. Ze komt in een pool met andere rangeerlocomotieven die de DB aanbiedt aan gegadigden. Juist in die tijd kijkt de BE rond of ze geen vervanging kunnen vinden voor de versleten D11 (2). Algauw komt het tot overeenstemming en verhuist de locomotief naar de BE. Ze krijgt bij de BE eveneens het nummer D11 (3). Ze is op 11 maart 1988 in dienst gekomen van de Bentheimer Eisenbahn.

Geen foto beschikbaar

Diesellocomotief Köf II BE D12 (2)

Deze locomotief is in 1941 door Deutz met fabrieknummer 33271 gebouwd. De locomotief heeft asindeling 'B' en een gewicht van 17 ton. Met haar 128 pk sterke motor kan ze een maximumsnelheid behalen van 45 km/h. De locomotief is bij de DB in dienst gekomen als Köf 5012. Later heeft ze het nummer 321 076 en vanaf 1968 het nummer 323 488 gevoerd. De laatste jaren bij de BE rijdt de locomotief in Hamburg-Altona. Ze is op 10 april 1980 in het locomotievenbestand van de BE gekomen. Dit is de 2e locomotief die bij de BE het nummer D12 draagt. Na 3 maanden renovatie komt ze in juli 1980 in de actieve dienst.

Geen foto beschikbaar

Diesellocomotief Köf II BE D13

Locomotief is gebouwd bij O&K in 1938 onder fabrieksnummer 20975. De locomotief heeft voorheen dienst gedaan bij de DB onder nummer 323 970.

[be_d13_001]
Locomotief BE D13 in Neuenhaus klaar voor vertrek naar Nornhorn met een gesloten goederenwagon.
Onbekende fotograaf, 3 januari 1990.

Diesellocomotief BE D20 (1)

De locomotief is in 1962 gebouwd door de firma MaK onder fabrieksnummer 100092. De locomotief behoort tot de serie V100 later 211 van de DB. Bij de DB draagt de locomotief het nummer V100 1074 en later 211 074. In juni 1989 komt de locomotief in dienst bij de Bentheimer Eisenbahn. De locomotief is inmiddels afgevoerd uit het bestand van de BE.

[be_d20_003]
Locomotief BE D20 (1) op het emplacement van Schoonebeek gereed om via Nieuw-Amsterdam terug te rijden naar Coevorden.
Onbekende fotograaf, 3 maart 1994.

Diesellocomotief BE D20 (2)

Op 29 juni 2008 arriveert een locomotief bij de BE die het nummer D20 draagt. Het is de voormalige DB locomotief 221 147. De locomotief is in 1965 door Krauss Maffei gebouwd en als V200 147 in dienst gekomen. In 1989 is de locomotief samen 19 collega's door de DB verkocht aan de Griekse spoorwegmaatschappij OSE. Na een relatief korte inzet bij de Grieken komt de locomotief in 2002 terug bij de Prignitzer Eisenbahn. De locomotief ondergaat in de Arriva Werke GmbH werkplaats Neustrelitz een revisie. De locomotief heeft een voor de BE opvallende beschildering gekregen. De locomotief is voor een groot deel geel met daaronder een rode band. Op de zijkant in het gehele vlak van de locomotief staat de tekst: "Euroterminal Coevorden b.v.". Daaronder in de rode band staat het internetadres.

Op 18 juli 2008 vindt op de Euroterminal het officiele doopfeest plaats. Onder aanwezigheid van verschillende genodigden zoals Peter Hoffmann en Paul Ricken van de BE, Wolfgang Bacher (Arriva Werke) en Geert Roelens (VVD-wethouder van Coevorden) krijgt de nieuwe aanwinst de naam "Coevorden". Met de genodigden wordt daarna een korte rit van de Euroterminal naar het station van Coevorden gereden. Vlak na de overname moet de locomotief vanwege geconstateerde gebreken terug naar de leverancier. De Duitse inspectiedienst (EBA) geeft daarna geen toestemming om met de locomotief te gaan rijden. Pas in maart 2009 lijken alle problemen opgelost en wordt de locomotief actief gebruikt. In mei 2009 is het echter alweer mis en wordt de locomotief met een defecte synchronisatie weer aan de kant gezet.

Mogelijk dat de locomotief in de toekomst ATB ingebouwd krijgt, zodat de BE zelfstandig in Nederland kan gaan rijden. Voor alsnog wordt de locomotief ingezet voor grind- en houtvervoer. Anno 2012 heeft de locomotief nog niet op het Nederlandse spoorwegnet gereden.

[be_d20_001]
Locomotief BE D20 in Coevorden.
Foto XtraX, 2008.

Diesellocomotief BE D21 (1)

De locomotief is in 1970 gebouwd door de firma MaK onder fabrieksnummer 800165. De locomotief met een asindeling B' B' heeft een dieselhydraulische aandrijving. De motor heeft een vermogen van 1100 pk. Vanaf 17 november 1970 maakt de locomotief deel uit van het tractiepark van de Bentheimer Eisenbahn. In 1995 wordt deze locomotief verkocht aan de firma On Rail. Daar doet de locomotief dienst als nummer 18. Het nummer D21 wordt direct al weer gebruikt voor een andere locomotief.

[be_d21_003]
Locomotief BE D21 (1) op het emplacement van Emlichheim.
Onbekende fotograaf, 4 augustus 1988.

Diesellocomotief BE D21 (2)

De locomotief is in 1962 gebouwd door KHD onder fabrieksnummer 57362. De locomotief met een asindeling B' B' heeft een dieselhydraulische aandrijving. De locomotief heeft als type V100 bij de Deutsche Bahn dienst gedaan. De laatste jaren bij de DB doet de locomotief dienst als DB 211 125. De locomotief behoort sinds september 1995 tot het park van de BE.

[be_d21_001]
Locomotief BE D21 vertrekt met een goederentrein naar Laarwald.
Foto XtraX, 7 oktober 2005.

Diesellocomotief BE D22

De locomotief is een zusje van D21 (1). De locomotief heeft van MaK het fabrieksnummer 800180 gekregen. De locomotief is op 3 oktober 1972 nieuw in dienst gekomen bij de Bentheimer Eisenbahn. De D22 houdt het langer vol bij de BE dan de D21.

[be_d22_007]
Locomotief BE D22 vertrekt met een goederentrein naar Laarwald van het emplacement van Coevorden.
Foto J.H.S.M. Veen, 21 oktober 1972.

[be_d22_002]
Locomotief BE D22 op industrieterrein De Heege in Coevorden.
Foto R. van Wissen, 30 september 2006.

Diesellocomotief BE D23

Om het locomotievenpark te moderniseren koopt de Bentheimer Eisenbahn in 1980 voor de eerste keer een nieuwe dieselhydraulische locomotief bij MaK. Naast het nummer D23 krijgt de locomotief ook de naam "Landkreis Grafschaft Bentheim". Met 1360 pk is de locomotief de tot dan toe sterkste machine van de BE.

[be_d23_001]
Locomotief BE D23 rangeert te Coevorden.
Foto R. van Wissen.

Diesellocomotief BE D24

Na het succes van de BE D23 volgt de aanschaf bij MaK van de D24. Deze locomotief is qua uiterlijk identiek aan de D23, maar beschikt over een dieselelektrische aandrijving met draaistroom motoren. De locomotief heeft met 1523 pk meer kracht dan de D23. De DE D24 is op 19 december 1983 toegevoegd aan het tractiepark van de Bentheimer Eisenbahn.

[be_d24_001]
Locomotief BE D24 "Veldhausen-Neuenhaus" in Coevorden.
Foto H. Kars, 20 maart 1990.

Diesellocomotief BE D25

De locomotief is in 1962 gebouwd door de firma Jung onder fabrieksnummer 13472. Net als de D20(1) en D21 (2) behoort de locomotief tot de serie V100 van de DB. De locomotief is als V100 1345 bij de DB in dienst gekomen. De laatste jaren bij de DB rijdt de locomotief met nummer DB 211 345. In februari 1990 komt de locomotief in dienst bij de Bentheimer Eisenbahn.

[be_d25_001]
Locomotief BE D25 staat van haar zondagsrust te genieten op industrieterrein De Heege bij Coevorden.
Foto R. van Wissen, 29 mei 2004.
Top

Elektrische locomotief

Locomotief BE E01 (voorheen 1835)

Het is al een lang gekoesterde wens van de BE om zelfstandig treinen tussen Coevorden en Rotterdam te rijden. Tot nu toe moeten deze ritten worden uitbesteed aan ACTS en later RRF. In 2012 neemt de BE het besluit om de voormalige NS locomotief 1835 te kopen. Het inzetten van de locomotief heeft nog al wat voeten in aarden. In de tijd dat ACTS met een elektrische locomotief serie 1250 de tractie verzorgt, wordt de locomotief in Coevorden snel onder de bovenleiding geduwd en kan na het oplaten van de pantograaf nagenoeg direct wegrijden. Bij een moderne computergestuurde locomotief lukt dat niet en moet het geheel eerst opgestart worden, wat circa 10 minuten in beslag neemt. Gedurende die tijd is de doorgaande lijn gesperd en zijn de overwegbomen in Coevorden dicht. Een situatie die op de enkelsporige lijn Coevorden - Gramsbergen niet gewenst is. ProRail verbiedt dan ook sinds 2010 het op deze manier vertrekken vanuit Coevorden.

In de zomer van 2012 heeft ProRail spoor 5 van station Coevorden geelektrificeerd. Op die manier kunnen elektrische locomotieven vanaf Coevorden vertrekken richting het westen. In oktober 2012 worden de eerste elektrische goederentreinen op die manier afgehandeld. Het transport tussen Coevorden en De Heege gaat op de gebruikelijke manier met een diesellocomotief.

[be_e01_003]
Locomotief BE E01 (voorheen 1835) op het emplacement van industrieterrein De Heege bij Coevorden.
Foto R. van Wissen, 25 september 2012.
Top

Speciale ritten

Treinstel VT 624

Op 11 december rijdt de DB voor het laatst met materiaal van het type VT 624 tussen Gronau en Enschede. Om dit te herdenken wordt op 19 juni 2004 op initiatief van Michael Schumann, een particulier uit Münster een speciale rit met treinstel VT 624 638/677 over het net van de Bentheimer Eisenbahn gereden. Daarbij doet het treinstel ook station Coevorden aan.

[be_vt624_001]
Treinstel VT 624 rijdt over de brug bij Coevorden.
Foto XtraX, 19 juni 2004.

Trein getrokken door V65.001

Op 24 juli 2004 rijdt een trein getrokken door locomotief V65.001 van de Osnabrücker Eisenbahn Freunde het traject Bentheim Nord naar Coevorden. Achter de locomotief hangt een stam zogenaamde "Donderbussen".

[be_v65001_001]
Locomotief V65.001 rijdt vanuit Coevorden het spoor van de Bentheimer Eisenbahn op.
Foto XtraX, 24 juli 2004.
Top