Spoorweg-Maatschappij Woldjerspoorweg en Stoomtramwegen in Midden- en Noordelijk Groningen (WESTIG), 1929 - 1938

Gewijzigd: h:27-04-2017

Inhoud:

Links:

Stations:

Gegevens

Oprichting: 30 januari 1923 te Groningen
Spoorwijdte: 1435 mm
Opheffing: 1 januari 1940
Overgenomen door: Nederlandsche Spoorwegen
Top

Algemeen

Nadat de oorspronkelijke plannen van de heer Willink om een spoorlijn langs Slochteren aan te leggen geen doorgang hebben gevonden, blijft de gemeente Slochteren zonder spoorverbinding zitten. Om in dit gemis te voorzien neemt het bestuur van de federatie van landbouwverenigingen te Slochteren in 1912 het initiatief tot aanleg van een spoorlijn Groningen - Slochteren - Delfzijl. Op 1 februari 1913 wordt aan 2 bestuursleden van de vereniging gevraagd om de plannen verder uit te werken zodat de denkbeelden verwezenlijkt kunnen worden. De Minister van Waterstaat geeft op 22 december 1913 opdracht aan de heer C. Kossen, directeur van de NOLS, om mee te werken aan de concessieaanvraag voor het Woldjer Spoor. Op 1 oktober 1914 publiceert Het Comité van Actie voor den Woldjer Spoorweg een boekwerkje Het Woldjer Spoor om haar argumenten kracht bij te zetten. Het Comité van Actie wordt bijgestaan door ir. W.K. van Oort uit Groningen. Van Oort is sectie-ingenieur geweest bij de NOLS en heeft veel ervaring met de slechte grond gesteldheid in het noord-oosten van de provincie Groningen. Oorspronkelijk ligt het in de bedoeling om het Woldjer Spoor aan te sluiten op de NOLS nabij de stopplaats Wagenborgen. Van Oort ontraadt dit ten zeerste vanwege de slechte grond ter plaatsen. Zijn voorkeur gaat uit naar Weiwerd. Qua aantal kilometer nieuw te leggen spoorlijn is dit weliswaar meer, maar men voorkomt een hoop problemen die de NOLS wel gehad heeft tussen Noordbroek en Weiwerd.

De Eerste Wereldoorlog verstoort de inmiddels vergevorderde plannen voor een spoorlijn. Uiteindelijk vindt op 30 januari 1923 in Groningen de oprichting van de Spoorweg-Maatschappij Woldjerspoorweg en Stoomtramwegen in midden- en noordelijk Groningen (WESTIG) plaats. Op 31 december 1925 verandert de naam in Woldjerspoorwegmaatschappij. Doel van de maatschappij is het bouwen van een spoorlijn van Groningen via Slochteren naar Delfzijl. Dit wordt de 2e rechtstreekse lijn van Groningen naar Delfzijl. De 1e lijn, die in opdracht van de Staat is gebouwd, loopt via Appingendam en is reeds op 15 juni 1884 door de Staatsspoorwegen in exploitatie genomen. De levensvatbaarheid van de lijn via Slochteren is al vanaf het begin twijfelachtig.

De exploitatie is in handen van de Staatsspoorwegen. Vlak voor Weiwerd bij kilometer 18,9 in de NOLS-lijn komt de spoorlijn parallel te lopen met de NOLS-lijn. Vanaf Weiwerd tot Delfzijl maakt de Woldjerspoorwegmaatschappij gebruik van het traject van de NOLS. Om de aansluiting in Weiwerd mogelijk te maken, breiden de Staatsspoorwegen het emplacement voor 1929 enigszins uit. De stationsgebouwen worden ontworpen door architect Ad van der Steur. De stijl is verwant aan Dudok en de Amsterdamse School. Van der Steur is in 1918 na zijn studie aan de Technische Hogeschool in Delft in dient gekomen bij de Nederlandsche Spoorwegen.

De spoorlijn van de Woldjerspoorwegmaatschappij komt vergeleken met andere spoorlijnen in het land pas laat in dienst. Op 1 juli 1929 rijdt de eerste trein. In die tijd is de invloed van de particuliere autobus en vrachtauto al duidelijk merkbaar. De spoorlijn blijkt dan ook niet rendabel. Op 1 januari 1938 nemen de Nederlandse Spoorwegen de exploitatie formeel over. Het eigendom van de spoorlijn komt op 1 januari 1940 in handen van de Nederlandse Spoorwegen. Een jaar later op 5 mei 1941 stoppen de Nederlandse Spoorwegen het reizigersvervoer op de spoorlijn. Het goederenvervoer blijft gehandhaafd tot 27 juli 1942. De spoorlijn is daarna afgebroken. Door het sluiten van de Woldjerspoorlijn worden ook het voormalige NOLS-station Weiwerd en stopplaats Farmsum gesloten. In de laatste oorlogsjaren vordert de Duitse bezettingsmacht het stationsgebouw van Weiwerd. Het stationsgebouw wordt aan het eind van de Tweede Wereldoorlog opgeblazen. De aan de westzijde van het station gelegen opslagloods is na de oorlog nog enige tijd als woning gebruikt. Aan de oostzijde van het voormalige stationsgebouw bouwen de bezetters een houten barak. Deze barak is na de Tweede Wereldoorlog als noodwoning gebruikt.

Een groot aantal stationsgebouw van de Woldjerspoorlijn blijven na het stopzetten van de exploitatie behouden en worden gebruikt als woning. Ook de bijgebouwen zijn vaak nog bij de stationsgebouwen aanwezig. In 1990 zijn de volgende stationsgebouwen o.a. nog aanwezig, Engelbert, Hardstede - Scharmer, Kolham, Slochteren, Tjugchem - Meedhuizen. Bij een aantal staat het nevengebouw met zijn schuine dak er ook nog.

Anno 2013 zijn een aantal stationsgebouwen grondig verbouwd en voorzien van uitbouwen en erkers. Op veel gebouwen zijn originele kenmerken zoals de naam aan de perronzijde echter nog wel aanwezig. Bijgebouwen zijn er slechter vanaf gekomen en niet altijd meer aanwezig. Bewoning van de gebouwen zorgt er wel voor dat ze niet afgebroken worden. Als een gebouw leeg komt te staan is het maar te hopen dat een nieuwe bewoner of bestemming wordt gevonden.

[westig_017]
Stations- en bijgebouwen van Froombosch van de Woldjerspoorlijn in de begin jaren.


[westig_011]
Voormalig stationsgebouw van Tjugchem - Meedhuizen van de Woldjerspoorlijn. Op de voorgrond het bijbehorende nevengebouw.
Foto R. van Wissen, 29 september 1990.


[westig_047]
Liefhebbers hebben er voor gezorgd dat de gedachte aan de WESTIG herleeft door middel van een klein stukje spoor met een stootblok op het voormalige tracé.
Foto R. van Wissen, 7 september 2013.
Top