Olie gevonden in Drenthe

Gewijzigd: f:12-06-2011

Inhoud:

Links:

Fabrieksaansluiting: Stations:

Algemeen

In de oorlogsjaren 1942 en 1943 wordt op de grens tussen Coevorden en Schoonebeek olie aangeboord. De materialen die voor de olieboringen nodig zijn, worden uit Duitsland ingevoerd. De mensen die meehelpen met de boringen hoeven niet naar werkkampen in Duitsland. Animo om mee te helpen is dus wel aanwezig. Van hard werken is echter geen spraken. Personeel probeert van alles te verzinnen om de Duitsers zo veel mogelijk te hinderen. De boren moeten volgens de medewerkers regelmatig geslepen worden. Zo regelmatig zelfs dat van boren niet veel meer terechtkomt. De boortorens zijn afgedekt met houten planken om 's nachts bij luchtaanvallen niet op te vallen. Het transport van de olie naar de raffinaderij levert grote problemen op. De totale hoeveelheid olie die in de oorlog geproduceerd is, is vergeleken bij de productie die direct na de oorlog bereikt wordt maar een schamel beetje.

Direct na de oorlog komt de oliewinning pas goed opgang. De exploitatie is in handen van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM). Het personeel is nu wel bereid om de handen uit de mouwen te steken. Het transport van de stroperige olie blijft echter een probleem. De eerste olie wordt met tankauto's naar het 12 kilometers verderop gelegen station Coevorden gebracht. Daar wordt olie overgepompt in ketelwagens. Per spoor gaat de olie verder naar de Shell-raffinaderij in Pernis. Dit is echter bij een grote productie geen doen. Als alternatief wordt de olie per schip (tanklichter) vervoerd naar Hasselt in Overijssel. Vanwege de kleine kanalen hebben de tanklichters maar een capaciteit van 50 tot 100 kubieke meter. In totaal heeft de BPM de beschikking over 12 lichters. In Hasselt wordt de olie overgepompt in grotere schepen, die naar Pernis varen. De reistijd is echter lang mede door de 47 bruggen en 6 sluizen die tussen Schoonebeek en Hasselt gepasseerd moeten worden. Daarnaast is 's winters kans op het dichtvriezen van de kanalen.

De spoorwegen kunnen meer zekerheid bieden en zoeken naar oplossingen om het transport te verbeteren. In eerste instantie wordt nog gedacht aan een laadfaciliteit aan het emplacement van station Nieuw-Amsterdam. De spoorwegen werken zelfs een tekening uit waarop de overlaadfaciliteit staat. Vergeleken met de later in Schoonebeek gemaakte voorziening, is de variant in Nieuw-Amsterdam klein. De tekening uit maart 1946 laat een enkelsporig spoor zien waarop slechts enkele ketelwagens kunnen staan.

Begin juni 1946 sluiten de BPM en de NS overeenkomst om een goederenspoorlijn van Nieuw-Amsterdam naar Schoonebeek aan te leggen. Op 11 juni beginnen de spoorwegen met het uitzetten van het tracé in het landschap. De opdracht voor de aanleg wordt gegund aan de aannemer Dirk Verstoep. Eind juli wordt met de daadwerkelijke aanleg begonnen. De lijn die door moerassig gebied loopt, wordt ondanks problemen met de ondergrond in iets meer dan 5 maanden gebouwd. De veenlaag varieert in dikte van 50 cm tot enkele meters. De veenlaag wordt geheel afgegraven en opgevuld met zand. Voor het vervoer van het zand maakt de aannemer gebruik van eentijdelijk smalspoor met een spoorbreedte van 90 cm. Het zand is afkomstig uit zandwinningsgebieden in de omgeving. Op hettoekomstige emplacement in Schoonebeek gebruikt de aannemer een tijdelijk smalspoor met een spoorbreedte van 70 cm. Op beide hulpsporen rijden stoomlocomotieven en kipkarren.

Al eind november rijdt de eerste proeftrein bestaande uit diesellocomotief 612 en 2 tankwagens. In aanwezigheid van diverse genodigden vindt de officiële opening van de lijn plaats op 20 december 1946. Vanaf die dag rijden er met grote regelmaat olietreinen heen en weer tussen Schoonebeek en Pernis. Er is een plan geweest om vanaf de lijn vanuit Schoonebeek ook nog een rechtstreekse verbinding in de richting Coevorden te maken. Hiermee wordt het kopmaken van de treinen in Nieuw-Amsterdam vermeden. Het aansluitwissel zou echter dermate ver van station Nieuw-Amsterdam of Dalen zijn gelegen dat dit niet mechanisch is te koppelen met de bestaande beveiligingsinstallatie. Een extra post ter hoogte van het wissel wordt te duur. Ook toen later moderne technieken afstandbesturing wel mogelijk maken, is het er niet meer van gekomen om de boog als nog aan te leggen.

[schoonebeek_005]
Graafmachine voor het maken van het talud van de lijn Nieuw-Amsterdam - Schoonebeek.
Foto B. Wessel, 1946.

[schoonebeek_006]
Stoomlocomotief van de aannemer voor een werktrein bij de aanleg van de lijn Nieuw-Amsterdam - Schoonebeek.
Foto B. Wessel, 1946.

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) volgt de BPM op als exploitant van de oliewinning in Schoonebeek. De NAM is een combinatie van Shell en Esso die allebei een aandeel hebben van 50%. In 1948 krijgt de NAM het alleen recht op olie- en gasboringen in de buurt rond Schoonebeek.

Het laademplacement bestaat uit 2 sporen. Voor het laademplacement ligt een weegbrug waar iedere tankwagen overheen rijdt. Het verschil tussen het gewicht bij binnenkomst en vertrek is het geladen gewicht aan olie. In de eerste jaren van het emplacement Schoonebeek worden de ketelwagens direct uit vrachtauto's geladen. Deze vrachtauto's halen de olie op bij de verschillende oliebronnen. Enkele jaren later bouwt de NAM een opslagdepot om de olie te verzamelen. Tussen 2 sporen komt een vulinstallatie die via pijpleidingen verbonden is met het opslagdepot. Vlak voor het terrein van de NAM is een omloopspoor waar de locomotief na aankomst omloopt en de olietrein het terrein van de NAM opduwt. Vanuit het emplacement Schoonebeek loopt een enkelsporige lijn naar de werkplaats. Via deze lijn kan de NAM zware onderdelen laten aan- en afvoeren. Hoewel de spoorlijn naar Schoonebeek in de eerste plaats voor de afvoer van olie is bedoeld, maken er ook andere firma's gebruik van het emplacement in Schoonebeek. Turfstrooisel en potgrond zijn er in goederenwagens geladen.

Aanvankelijk rijden de treinen via Zwolle naar Pernis. Met ingang van 6 december 1946 krijgen de toen in Zwolle aanwezige diesellocomotieven van de serie 600 de dagelijkse olietrein (treinnummer 4708 / retour 4707) te rijden van Schoonebeek naar Zwolle Rangeerterrein. De na 1947 sterk opgevoerde oliewinning maakt de olietreinen voor Pernis zo zwaar (900 a 1000 ton) dat ze niet meer met redelijke snelheid door een 600 kunnen worden vervoerd. Ondanks het feit dat de olietreinen tussen Nieuw-Amsterdam en Zwolle oorspronkelijk maar 30 kilometer per uur mochten rijden vanwege de slechte conditie van de spoorlijn. Het enkelsporige baanvak stelt het stipt tijd rijden als gebiedende eis teneinde een optredende vertraging niet de gehele dag te laten doorwerken. Er gaan ook meerdere treinen per dag rijden. De stoomlocomotieven van de serie 3400 gaan nu de olietrein Nieuw-Amsterdam - Zwolle Rangeerterrein rijden. In Nieuw-Amsterdam is echter geen draaischijf aanwezig, derhalve draaien de stoomlocomotieven in Coevorden. Bij de oude locomotievenloods is de draaischijf nog aanwezig. Het traject tussen Coevorden en Nieuw-Amsterdam moeten de locomotieven noodgedwongen achteruit rijden. De locomotieven van de serie 600 behouden wel de konvooien van ketelwagens van Nieuw-Amsterdam naar Schoonebeek benevens de gewone goederendienst naar Emmen. Ook hebben deze locomotieven rangeerdienst in Nieuw-Amsterdam en Schoonebeek.

Het aantal vertrekkende olietreinen vanuit Nieuw-Amsterdam in 1948, weergegeven met de treinnummers, ziet er als volt uit:

Ma 4758 4768 4708
Di - 4768 4708
Wo - - 4708
Do - 4768 4708
Vr - - 4708
Za - - 4708
Zo 4758 - -

Het aantal retourtreinen is minder omdat 3 volle treinen vanwege het verminderde gewicht na het lossen veranderd kunnen worden in 2 lege treinen.

Tussen Zwolle en Pernis rijden de treinen verschillende trajecten. Er wordt gereden via Zwolle - Amersfoort - Utrecht - Rotterdam - Pernis, maar ook Zwolle - Amersfoort - Amsterdam - Leiden - Den Haag HS - Rotterdam - Pernis en Zwolle - Zutphen - Anrhem - Geldermalsen - Dordrecht - Pernis komen voor.

Vanaf 1949 gaan er olietreinen rijden via Almelo. Met het gereedkomen van de elektrificatie van het traject Amersfoort - Almelo in 1951 rijden alle olietreinen via Mariënberg naar Almelo. In de jaren 1966 tot en met 1969 rijden de olietreinen via Zwolle. Na die tijd rijden de olietreinen weer via Mariënberg naar Almelo. Het aantal olietreinen schommelt tussen de 9 en maximaal 20 stuks per week.

Opvallend is het relatief grote aantal ongelukken en botsingen waarbij een olietrein is betrokken. Zie voor de ongelukken op de voormalige NOLS-lijnen het hoofdstuk ongelukken. Maar ook op het traject tussen Zwolle of Almelo en Pernis zijn een behoorlijk aantal aanrijdingen en ontsporingen gebeurd. Enerzijds is een aantal ongelukken mogelijk te wijten aan de relatief lage snelheid van de olietreinen waardoor veel mensen op overwegen nog even snel voor een naderende olietrein oversteken. Anderzijds is de kwaliteit van de oliewagens, zeker in de eerste jaren mogelijk niet zo hoog, waardoor ontsporingen ontstaan.

In de jaren 80 nemen de inkomsten uit de olie af. Veel bronnen zijn uitgeput of zijn te duur in exploitatie. Door de achteruitgang van het olieveld neemt de werkgelegenheid voor de bewoners af. Om de werkgelegenheid te vergroten maakt de gemeente Schoonebeek reclame bij het bedrijfsleven om zich te vestigen in de gemeente. 50 ketelwagens van de NAM die iedere dag tussen Schoonebeek en Pernis heen en weer rijden worden voorzien van de reclameboodschap "Schoonebeek vestigingsplaats op hoog peil".

In 1992 ziet de dienstregeling met vertrekkende treinen uit Schoonebeek er als volgt uit:

Ma 57520 F 57521
Di - 57521
Wo - 57521
Do - 57521
Vr - 57521
Za - -
Zo - -

Trein 57520 rijdt facultatief en alleen als er voldoende olie gewonnen is. De trein vertrekt om 8.24 uur uit Schoonebeek en komt om 16.38 uur op de Botlek aan. Trein 57521 begint zijn reis om 16.43 uur en komt 's nachts om 2.13 uur op de bestemming aan.

In 1992 ziet de dienstregeling met aankomende treinen in Schoonebeek er als volgt uit:

Ma 58251 + 58253 F -
Di 58251 -
Wo 58251 -
Do 58251 -
Vr 58251 -
Za - -
Zo - -

Trein 58251 vertrekt van dinsdag t/m zaterdag om 2.32 uur uit de Botlek naar Schoonebeek, alwaar de trein om 10.00 uur aankomt. De trein die op zaterdag vertrekt blijft in Almelo staan omdat de NAM op zaterdag gesloten is. Maandag vertrekt de trein om 7.05 uur uit Almelo om 10.00 uur in Schoonebeek te kunnen zijn. Bij veel olie vertrekt er zondag om 12.47 uur nog een facultatieve trein 58253 F uit de Botlek. Deze voegt zicht in Almelo bij de wachtende 58251 om op maandag samen naar Schoonebeek te rijden.

De NAM sluit in 1993 met de BE een contract af voor het transporteren van de olie uit Schoonebeek naar een pompstation in Oosterwald. Vanaf Oosterwald gaat de olie per pijplijn naar een raffinaderij in Lingen. De BE krijgt van de NS toestemming om de olietreinen in Schoonebeek met een eigen locomotief te gaan halen. Het olievervoer tussen Schoonebeek en Pernis vervalt. Ondanks de geringere transportkosten blijft de oliewinning verliesgevend.

Het laatste jaar rijden de treinen weer naar Pernis / botlek. Vanaf 28 mei 1995 zijn alle treinen facultatief ingelegd zonder een vooraf geplande inzet van locomotief en personeel (FZ). Op 4 september 1996 vertrekken de laatste 6 beladen ketelwagens getrokken door een locomotief van NS-Cargo vanaf het emplacement in Schoonebeek. Initiatieven om de oliewinning te hervatten hebben het tot op heden niet gehaald. De NAM schat dat er in totaal 75.000 ketelwagens met olie uit Schoonebeek zijn vertrokken. Het hoogte punt ligt rond 1957 toen op sommige dagen 3 volle treinen van 4.000 ton per stuk vertrokken. Het laatste jaar rijdt er gemiddeld maar een trein per week.
Top