Personeel en bestuur in dienst van de NOLS

Gewijzigd: h:27-04-2017

Inhoud:

Links:


Algemeen

Op 15 mei 1898 benoemen de aandeelhouders de heer H.J.E. Wenckebach tot directeur van de op te richten NOLS. Op 1 juni 1898 begint hij met een voorbereidingsbureau in Zwolle. Hij neemt de heer W. Nivel als sectie-ingenieur, de heer C. Kossen als secretaris-boekhouder, de heer J.M.H.R Kersemaekers en de heer W.C. van Manen beide als adjunct-ingenieur, 2 opzichter-tekenaars, 2 opzichters, 2 tekenaars, 1 klerk, 2 schrijvers en 1 kantoorbewaker in dienst. Op 9 juni 1899 komen ze officieel in dienst van de inmiddels opgerichte NOLS. Het hoofdkantoor van de NOLS komt aan de Badhuiswal 41 te Zwolle. De statuten vermelden, dat de directeur door de aandeelhouders voor een periode van 3 jaar wordt benoemd. Om de continuïteit tijdens de bouw niet in gevaar te brengen, geldt de benoeming van de heer Wenckebach voor een periode van 5 jaar. Het salaris van de heer Wenckebach bedraagt NLG 5.000,-- per jaar plus een vrijkaart voor het spoorwegnet van de Staatsspoorwegen. In 1901 krijgt de heer Wenckebach de baan van directeur-generaal van de Staatsmijnen aangeboden. Hij gaat op dit aanbod in en verlaat de NOLS. In 1901 volgt de heer Maximilian Emil Hubert Breuning hem op. De heer M.E.H. Breuning treedt op 1 mei 1911 af als directeur van de NOLS. Hij vindt dat zijn werk als bouwer van de NOLS erop zit. De secretaris - boekhouder de heer C. Kossen volgt hem op. Na het overlijden van de heer Kossen in 1921 benoemen de aandeelhouders mr. J.F. Baron van Haersolte tot directeur van de NOLS. Een functie die hij tot 1937 vervult.

De heer W. Nivel is verantwoordelijk voor de grond- en kunstwerken van het traject Zwolle - Ommen en voor de gehele aanleg van het traject Ommen - Coevorden. Na de opening van het traject Zwolle - Coevorden krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het bouwen van het traject Mariënberg - Almelo. De heer A.W. Bos is sectie-ingenieur voor de gebouwen van het traject Zwolle - Ommen. Na deze werkzaamheden gaat hij de voorbereidende werkzaamheden doen voor het traject Mariënberg - Almelo en Zuidbroek - Delfzijl. In 1907 krijgt de heer Bos eervol ontslag. De heer J.C. van der Muelen, sinds 1 november 1899 in dienst van de NOLS, is verantwoordelijk voor de gehele aanleg van traject Assen - Stadskanaal. Na de opening van het traject Assen - Stadskanaal gaat hij zich bezig houden met de voorbereidingen van het traject Stadskanaal - Zuidbroek. In 1906 overlijdt de heer Van der Muelen. De heer ir. W.K. van Oort zet zijn werkzaamheden voort. De heer Van Oort is in 1902 bij de NOLS als adjunct-ingenieur begonnen. In 1908 krijgt de heer Van Oort ook de verantwoording over het traject Zuidbroek - Delfzijl. De werkzaamheden voor het traject Zuidbroek - Delfzijl beginnen onder leiding van sectie-ingenieur de heer J.M.H.R. Kersemaekers. Na het in dienst stellen van het traject Stadskanaal - Zuidbroek in 1910, zit het werk van de heer Van Oort er op en krijgt hij eervol ontslag. De heer Van Oort begint inGroningen voor zichzelf als raadgevend ingenieur. Voor het verdere (spoorse) leven van de heer Van Oort zie het hoofdstuk Personalia. Sectie-ingenieur de heer C.M. Frijlinck is verantwoordelijk voor de gehele aanleg van het traject Coevorden - Gasselternijveen. Hij is in 1900 in dienst getreden bij de NOLS als adjunct-ingenieur. De heer Frijlinck krijgt na het beëindigen van zijn werkzaamheden in 1907 eervol ontslag. Hij aanvaart de functie van directeur bij de OLDO.

Het NOLS-personeel schrijft de bestekken en controleert de uitvoering van de werkzaamheden. Alle bouwactiviteiten besteedt de NOLS uit aan aannemers en leveranciers. Het personeel van de NOLS is in eerste instantie gestationeerd in Zwolle. Om tijdens de bouw een betere controle te krijgen op het verloop van de werkzaamheden neemt de NOLS langs de trajecten sectiekantoren in gebruik. In Assen (De Vaart Z.Z. 25) en Wildervank (B. no. 90 / 1907 - 1910) huurt de NOLS een pand. In Emmen en omgeving kan de NOLS geen geschikt pand vinden en besluit het stationsgebouw eerder te bouwen en het tot de opening van de spoorlijn als sectiekantoor te gebruiken. De aanbesteding van het stationsgebouw vindt plaats op 15 september 1903 met bestek NOLS-18. Het stationsgebouw omvat tevens een aangebouwde goederenloods. Het nevengebouw valt buiten de aanbesteding. Dit maakt deel uit van bestek NOLS-21, welke de NOLS pas een jaar later aanbesteedt. In de stad Groningen huurt de NOLS een pand (Burgstraat 19a) om dichterbij de rechtbanken in Groningen en Winschoten te zitten. Hier vinden veel van de onteigeningsprocessen plaats die nodig zijn voor de spoorlijnen in de provincie Groningen.

In 1904 telt de loonlijst van de NOLS het hoogste aantal personeelsleden. In totaal 49 personen zijn gelijktijdig in dienst. Het aantal personeelsleden neemt in de loop van 1905 weer geleidelijk af. Na de opening van het laatste traject Stadskanaal - Zuidbroek in 1910 zijn nog maar enkele mensen in dienst. De Staat, de provincies en het Kadaster verlangen van de NOLS nog wel gedetailleerde kaarten en tekeningen van de spoorlijnen en gebouwen te ontvangen. Het bijwerken van de gebruikte tekeningen blijkt meer werk te zijn dan aanvankelijk gedacht. In 1911 moet de NOLS nieuwe mensen in dienst nemen om het werk te klaren. Tevens besteedt de NOLS een deel uit aan het Technisch Bureau van ir. W.K. van Oort in Groningen. De heer Van Oort is zakendeskundig, want hij is van 1902 tot 1910 sectie-ingenieur voor de NOLS. In totaal heeft de NOLS tijdens de bouw circa 103 verschillende personeelsleden in dienst gehad.

Personeel met een hoge functie krijgt een jaarcontract. Hun salaris drukt de NOLS uit in een bedrag per jaar. De lagere functies hebben een maandcontract. Een chef de bureau verdient rond de NLG 2.000,-- per jaar. Een tekenaar krijgt maandelijks een bedrag tussen NLG 75,00 en NLG 125,00. Bij goed presteren ontvangt het personeel een loonsverhoging die kan variëren van NLG 1,00 per week of NLG 5,00 per maand tot NLG 250,00 per jaar extra salaris. Uiteindelijk blijft alleen de directeur over. Hoewel er in 1914 goedkeuring komt om van 1 juli 1914 tot 1 januari 1915 een ambtenaar in dienst te houden. De kosten hiervoor bedragen NLG 25,00 per maand.

Een raad van commissarissen controleert het werk van het dagelijkse bestuur van de NOLS. De Staat heeft bij de oprichting van de NOLS het recht bedongen om 4 van de 7 commissarissen te benoemen. De aandeelhouders kiezen de overige 3 leden. Na de oprichting vindt er ieder jaar een Algemene Aandeelhoudersvergadering plaats. Voor speciale gevallen kan een Buitengewone Aandeelhouders vergadering belegd worden.

Op 31 mei 1900 vindt in de Buitensociëteit te Zwolle de eerste Algemene Aandeelhoudersvergadering plaats. Op 28 juni 1904 vindt de jaarlijkse Algemene Aandeelhoudersvergadering plaats in de Buitensociëteit te Zwolle. Voorzitter van de Raad van Commissarissen de heer Prof. mr. W.A. Reiger leidt de vergadering. De aandeelhouders benoemen de heer E. Everts uit Wildervank tot commissaris. Hij volgt daarmee de in 1903 overleden M.J. Meijenhuizen op. Naast de heer Everts zijn ook de heer jhr. J.L. van Nahuis burgemeester van Ommen en de heer J.E. Scholten uit Groningen kandidaat gesteld. Zij krijgen echter aanzienlijk minder stemmen. Op de vergadering van 30 juni 1905 deelt de voorzitter Prof. mr. W.A. Reiger mee dat de door de regering aangewezen commissaris de heer jhr. mr. G. de Bosch Kemper tevens secretaris-general aan het departement van Waterstaat te Den Haag, zijn ontslag heeft genomen. De regering benoemt de heer mr. C.C. Geertsema, commissaris van de Koningin in de provincie Groningen tot nieuw lid. Op de Algemene Aandeelhoudersvergadering van 12 januari 1907 wijzigen de statuten van de NOLS. Op 8 juli 1935 worden de Statuten van de NOLS voor de laatste maal aangepast. De naam verandert in N.V. Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij. Op 22 oktober 1936 overlijdt commissaris de heer L.C. van Roijen.

Vanaf 1913 verbrandt de directie van de NOLS ieder jaar de dividendbewijzen 1 t/m 24.0000 in het kantoor van de maatschappij.

Op (datum ? ) verhuist de maatschappij naar de Badhuiswal 8 (of is dit hetzelfde pand als nummer 41 ?) te Zwolle. In 1914 is er een voorstel om het gebouw aan de Badhuiswal voor NLG 12.500,-- te verkopen aan de STAR. Op 28 juni 1930 verhuist de NOLS naar de Brink 4 eveneens te Zwolle. De laatste jaren zetelt het bestuur van de NOLS in het hoofdkantoor van de Staatsspoorwegen te Utrecht.

Het personeel dat de exploitatie en het onderhoud op de NOLS-lijnen verzorgt, is in dienst van de Staatsspoorwegen, later Nederlandsche Spoorwegen, Nederlandse Spoorwegen, NS-Reizgers of andere exploitanten. Zie hiervoor het hoofdstuk personeel in de hoofdindex van deze website.
Top